“MS-zorg is altijd maatwerk”

“Langer mobiel en minder handicaps bij vroege therapie”

Steeds meer studies1-9 laten zien dat vroege therapie bij mensen met MS een gunstig effect heeft. Dr. S.T.F.M. (Stephan) Frequin van het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein constateert dat vroegtijdig behandelen terrein wint. “Het beloop van MS is de laatste jaren sterk veranderd. We willen de omslag naar de secundair progressieve fase zo lang mogelijk uitstellen of voorkomen.”


“Het al dan niet starten met de behandeling gaat gepaard met een dilemma”, legt de neuroloog uit. “Je wilt patiënten niet overbehandelen, maar ze ook niet tekort doen. Collega-neurologen stellen mij geregeld de vraag: wie behandel je wel en wie niet, wanneer start je en met welke medicatie?”

MRI
Mensen met MS adviseren om alleen terug te komen bij toename van de ziektesymptomen vindt Frequin geen goede MS-zorg. “Als we met de huidige kennis de patiëntgegevens van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw analyseren ontstaat dat beeld ook.” Dankzij de komst van de MRI-scan in de jaren tachtig zijn neurologen meer te weten gekomen over de aard, de ernst en het beloop van MS. Het aantal laesies en het aantal aankleurende laesies na gadolinium-toediening op de MRI geeft de neuroloog meer inzicht in het mogelijk te verwachten beloop van de MS. “Die kennis speelt een belangrijke rol bij de beslissing of je wel of niet gaat behandelen.”

Rol patiënt
De keuze om al dan niet vroeg te starten met medicatie baseert Frequin op zogenoemde markers die het ziektebeloop kunnen voorspellen. “Als er sprake is van gevoelsstoornissen, heeft de MS over het algemeen een gunstiger beloop. Heeft iemand coördinatiestoornissen en motorische uitvalsverschijnselen, dan is de prognose meestal ongunstiger.” Bij aanwezigheid van ‘Clinical Isolated Syndrome’ (CIS) adviseert Frequin een afweging te maken om vroegtijdig de therapie te starten. Bij het besluit om al dan niet te starten met medicatie speelt de patiënt vanzelfsprekend ook een rol. “Wij kijken naar de ernst van de ziekteverschijnselen, de afwijkingen op de MRI-scan en het aantal klachten. Daarnaast zijn angst voor een terugval, bijwerkingen of toedieningswijze en onzekerheid over het effect van invloed op de uiteindelijke beslissing.”

Mobiel
Verschillende studies 1-9  tonen aan dat bepaalde groepen mensen met MS baat hebben bij een vroegtijdige behandeling met medicatie. “Vroeg starten met interferonen blijkt een gunstig effect te hebben op het ziektebeloop. Ook het gebruik van interferonen resulteerden daarbij in een vertraagde en afgenomen kans op MS.” De zogenoemde ziektemodificerende middelen zijn ook effectief in het verminderen van achteruitgang van de patiënt zo blijkt uit Canadees onderzoek8. “Patiënten blijven langer mobiel en hebben minder handicaps.”

Maatwerk
Neurologen moeten in een vroeg stadium een inschatting maken of iemand met MS kans heeft op een mild of ernstig ziektebeloop. Deze inschatting is van belang bij de afweging om al dan niet vroeg te starten met medicatie. Frequin weegt de voor- en nadelen van de verschillende behandelopties heel zorgvuldig. “MS-zorg is ook in de vroege fase maatwerk.”

Referenties:

  1. Weinshenker BV, Bass B, Rice GP, et al. The natural history of multiple sclerosis: a geographically based study. 2. Predictive value of the early clinical course. Brain. 1989 Dec;112 (pt6):1419-28.
  2. Giorgio A. Battaglini M, Rocca MA, et al. Location of brain lesions predicts conversion of clinically isolated syndromes to multiple sclerosis. Neurology, 2013 Jan 15; 80(3):234-41.
  3. Tintoré M, Rovira A, Rio J, et al. Baseline MRI predicts future attacks and disability in clinically isolated syndromes. Neurology. 2006 Sep 26;67(6):968-72.
  4. Visser LH, van der Zande A. Reasons patients give to use or not to use immunomodulating agents for multiple sclerosis. Eur J Neurol. 2011 Nov;18(11):1343-9.
  5. Comi G, Filippi M, Barkhof F, et al. Effect of early interferon treatment on conversion to definite multiple scleross: a randomised study. Lancet, 2001 May19;357(9268):1576-82.
  6. Comi G, Martinelli V, Rodegher M, et al. Effect of glatiramer acetate on conversion to clinically definite multiple sclerosis in patients with clinically isolated syndrome (PreCiSe study): a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. Lancet, 2009 Oct 31; 374(9700): 1503-11
  7. Kappos L, Polman CH, Freedman MS, et al. Treatment with interferon beta-1b delays conversion to clinically isolated syndromes. Neurology, 2006 Oct 10; 67(7):1242-9.
  8. Brown MG, Kirby S, Skedgel C, et al. How effective are disease-modifying drugs in delaying progression in relapsing-onset MS? Neurology, 2007 Oct 9;69(15):1498-507.
  9. Trojano M, Pellegrini F, Paolicelli D, et al. Real-life impact of early interferon beta therapy in relapsing multiple sclerosis. Ann Neurol. 2009 Oct;66(4):513-20.